Zoeken naar:

Alleen exacte match
Zoeken in:

tsim (Zelfstandig naamwoord)

Uitspraak (IPA): ͡tsim
Dutch: bron
English: source
Bron: forum.learnnavi.org (28 Mar 2010)

toevoegsel

me·sim DU duaal / dubbele nummers
pxe·sim TRI drievoud / drievoudig nummer
ay·sim PL meervoud
fì·tsim DEM deze (zelfs. naamwoord) (enkelvoud)
fay·sim DEM PL deze (zelfs. naamwoord) (meervoud)
tsa·tsim DEM dat (zelfst. naamwoord) (enkelvoud)
tsay·sim DEM PL die {zelfst. naamwoord} (meervoud)