Zoeken naar:

Alleen exacte match
Zoeken in:

(werkwoord, niet overgankelijk)

Uitspraak (IPA):
Dutch: gaan
English: go
Bron: ASG

toevoegsel

k·am·ä PST verleden tijd
k·ìm·ä PST nabij verleden (is net gebeurd)
k·ìy·ä FUT nabije toekomst (zal binnenkort...)
k·ay·ä FUT toekomende tijd
k·ol·ä PFV voltooid verleden tijd
k·er·ä IPFV onvoltooid verleden tijd
k·iv·ä SJV subjunctief, aanvoegende wijs
k·ei·ä LAUD amelioratie (gunstiger betekenis)
k·äng·ä PEJ pejoratief (negatieve connotatie)